De kast en het uurwerk van dit model zaten samen in een tweede buitenkast, waaraan de horlogeband was bevestigd. De bezel en het horlogeglas zaten vastgeschroefd om het geheel waterdicht te maken. Om bij de kroon te kunnen (voor het opwinden van het horloge of om de tijd in te stellen), moest de buitenkast dus worden geopend.
De Submarine was dan wel niet erg praktisch, maar het model was wel de eerste stap in Hans Wilsdorfs pogingen om een horlogekast te maken die volledig afsluitbaar en eenvoudig te gebruiken was. In 1926 werd deze hermetisch afgedichte kast geïntroduceerd. Deze bestond uit een ingenieus systeem met een geschroefde bezel, kastachterkant en opwindkroon.
Dankzij de Oyster, legde de oprichter van Rolex uit, hoefde de drager zijn horloge niet meer af te doen bij het wassen van de handen, het in bad gaan, het werken in een stoffige werkplaats of wanneer er flink gezweet wordt. In 1927 werd dit revolutionaire uurwerk op de proef gesteld, toen de Britse zwemster Mercedes Gleitze tijdens haar Kanaaloversteek tussen Frankrijk en Engeland meer dan 10 uur in het ijskoude water lag. Haar gouden Oyster-horloge was na de tocht volledig ongeschonden.
“Je kunt je Oyster gewoon om je pols houden bij alles wat je doet; er zal niks mee gebeuren.” Het was deze aloude belofte van Hans Wilsdorf waardoor de Oyster hét horloge werd van allerhande pioniers, of ze nu de hoogste bergen beklommen of in de diepste diepten van de oceanen afdaalden.