Toen in 1951 certificering door een officieel evaluatiecentrum (zoals die in Neuchâtel, Genève en Bienne) voor chronometers verplicht werd, maakten Rolex-horloges dan ook de meerderheid uit van alle chronometers die sinds 1927 officieel gecertificeerd waren.
Toen hij het probleem van precisie eenmaal had opgelost, richtte Hans Wilsdorf zijn pijlen op een andere uitdaging: het creëren van een perfect hermetische omgeving voor het uurwerk. “Tegen mijn technische assistenten zei ik vanaf het begin steeds: ‘We moeten een horlogekast maken die zo goed afgesloten is dat het uurwerk blijvend wordt beschermd tegen schade door stof, zweet, water, hitte en kou. Alleen dan kunnen we de perfecte precisie van het Rolex-horloge garanderen,’” legde hij uit.